maandag 12 oktober 2026 om 14:12
‘Europese waterinfrastructuur vraagt om andere investeringskeuzes’
Jeroen Bezem
Bij het huidige investeringstempo duurt het in verschillende Europese landen eeuwen voordat het drinkwaternet volledig is vervangen. Meer geld is nodig, maar beheerders moeten ook scherper kiezen waar en wanneer zij investeren, stelt internationaal advies- en ingenieursbureau Sweco in een nieuw rapport. Projecten in onder meer Spijkenisse, Almere en Zuid-Holland laten zien hoe vervanging, capaciteitsuitbreiding en bescherming van de watervoorziening samen kunnen gaan.
De Europese watersector investeert jaarlijks ongeveer 52,5 miljard euro in drinkwater- en afvalwaterinfrastructuur. De Europese Commissie raamt de aanvullende investeringsbehoefte voor uitvoering van de bestaande EU-waterwetgeving op circa 23 miljard euro per jaar. Vervanging van verouderde infrastructuur concurreert met klimaatadaptatie, groeiende steden en strengere eisen aan waterkwaliteit. Daarmee dreigen beheerders steeds meer geld kwijt te raken aan noodreparaties, terwijl de structurele achterstand groeit.
In het rapport ‘Transforming Europe’s water infrastructure’ pleit Sweco daarom voor een andere manier van investeren. De leeftijd van een leiding, pomp of zuiveringsonderdeel mag niet doorslaggevend zijn. Minstens zo belangrijk zijn de technische toestand, de functie binnen het watersysteem en de gevolgen van uitval. Een relatief nieuw onderdeel kan meer aandacht verdienen dan een ouder onderdeel als het cruciaal is voor de bedrijfszekerheid.
“De uitdaging voor Europa is niet alleen het vervangen van verouderde infrastructuur, maar vooral het vergroten van de veerkracht van onze watersystemen. De vraag is niet alleen hoeveel we investeren, maar ook waar en wanneer we investeren. Door prioriteiten te stellen op basis van risico’s, prestaties en maatschappelijke impact kunnen gemeenten en waterbedrijven met elke euro meer waarde creëren voor de lange termijn,” zegt Aad van Duijvenvoorde, waterexpert bij Sweco en een van de auteurs van het rapport.
Vervanging duurt soms eeuwen
Sweco berekende op basis van gegevens van brancheorganisatie EurEau hoe lang volledige vernieuwing van drinkwaternetten bij het huidige herinvesteringstempo zou duren. Voor Nederland komt die theoretische vervangingsperiode uit op 137 jaar. België zit op 91 jaar, Duitsland op 166 jaar en Zweden op 196 jaar. In Polen loopt de periode op tot 556 jaar en in Finland tot 769 jaar.
Die cijfers zijn geen voorspelling van de levensduur van afzonderlijke leidingen. Ze geven aan hoe het investeringstempo zich verhoudt tot de omvang van het netwerk. Sweco zet daar een indicatieve technische levensduur van ongeveer honderd jaar voor nodulair gietijzeren hoofdleidingen tegenover. Renovatie, bijvoorbeeld met relining, kan die levensduur verlengen.
Ook hoge investeringsbedragen bieden niet automatisch de zekerheid dat de vervanging voldoende voortgang maakt. Nederland investeert volgens de vergelijking ongeveer 165 euro per inwoner per jaar in drinkwater- en afvalwaterinfrastructuur, tegen een Europees gemiddelde van 101,49 euro per inwoner (EU-gemiddelde: 82 euro). De Nederlandse waarde is afzonderlijk geraamd met gegevens van Nederlandse waterbeheerders. De bedragen zijn bovendien niet gecorrigeerd voor verschillen in bouwkosten tussen landen.
Behouden wat nog goed functioneert
De renovatie van rwzi Spijkenisse illustreert hoe beheerders gerichter kunnen vervangen. Waterschap Hollandse Delta onderzocht de toestand en toekomstige eisen van zijn zuiveringsinstallaties over hun gehele levensduur. Daaruit volgde dat zes rwzi’s in het zuidelijke deel van het beheergebied renovatie nodig hebben.
In Spijkenisse worden verouderde onderdelen en kritieke systemen vernieuwd, terwijl onderdelen die nog goed functioneren, behouden blijven. Het ontwerp sluit aan op de verwachte afvalwateraanvoer in 2030 en houdt rekening met mogelijke extra aanvoer vanuit een nabijgelegen zuivering. De uitvoering van de renovatie begon in februari 2026.
Deze aanpak vraagt om betrouwbare informatie over de installatie. Zonder inzicht in conditie en prestaties dreigt onnodige vervanging, of juist te lang uitstel. Hetzelfde geldt voor rioolnetten: binnendringend grondwater vergroot de volumes die moeten worden verpompt en gezuiverd. Tijdens natte perioden kan dat bijdragen aan overbelasting en overstorten. Aanpak van zulke gebreken kan dus ook capaciteit elders in het systeem vrijmaken.
Almere combineert meerdere opgaven
Bij rwzi Almere komen stedelijke groei, verwijdering van microverontreinigingen en energieterugwinning samen. Waterschap Zuiderzeeland breidt de grootste zuivering van Flevoland uit en moderniseert de installatie. De verbouwing begon in 2025 en het oorspronkelijke uitvoeringsplan voorziet in afronding eind 2026. De zuivering blijft tijdens de werkzaamheden in bedrijf.
De capaciteit neemt met ongeveer 30 procent toe, waardoor circa 40.000 extra woningen op het riool kunnen worden aangesloten. Het project omvat onder meer een nieuwe voorbezinktank met geurbehandeling, toepassing van poederactieve kool voor medicijnresten en andere microverontreinigingen, een Ephyra-slibvergistingsinstallatie en een derde slibcentrifuge.
Het geproduceerde biogas wordt opgewaardeerd en aan het gasnet geleverd. Daarmee dient de investering meerdere doelen. Tegelijk vraagt zo’n combinatie om afwegingen: extra zuiveringsstappen kunnen het energiegebruik verhogen. Sweco bepleit daarom beoordeling van investeringen op hun prestaties en kosten over de gehele levensduur.
Andere drinkwaterbronnen
Bij drinkwaterbedrijf Dunea ligt de opgave deels vóór de zuivering. Voor de toekomstige drinkwatervoorziening in westelijk Zuid-Holland onderzocht het drinkwaterbedrijf samen met Sweco alternatieve bronnen en behandelingstechnieken. De capaciteit van het bestaande rivier-duinsysteem is op termijn onvoldoende om de groeiende drinkwatervraag op te vangen.
Brak grondwater, zeewater, aanvullende rivierwateronttrekking en bestaande oppervlaktewaterbronnen zijn onderzocht. Het onderzoek droeg volgens Sweco bij aan een voorkeursoplossing die een nieuwe bron combineert met membraanfiltratie. Daarbij spelen klimaatverandering, verzilting en PFAS een rol.
Het drinkwaterbedrijf koos in september 2025 voor de Vliet als aanvullende bron, gecombineerd met extra zuivering op de bestaande productielocaties. In maart 2026 kwam bestuurlijke instemming voor ontwikkeling van het innamepunt en de voorzuivering in de Leidschendammerhout. Dunea noemt een verwachte aanvullende productie van 10 miljoen kubieke meter drinkwater per jaar. De aanpak moet de leveringszekerheid voor 1,4 miljoen mensen versterken.
Zuidelijke Waaldijk Oost: ruimtelijke keuzes
Ook waterveiligheid vergt bredere afwegingen. Voor het 35,5 kilometer lange traject Zuidelijke Waaldijk Oost onderzoekt Waterschap Rivierenland welke versterkingsmaatregelen nodig zijn. Het waterschap moet daarbij veiligheidsmaatregelen afstemmen op Natura 2000-gebieden, cultuurhistorie en omwonenden. Sweco ondersteunt de verkenning met onder meer veiligheidsbeoordelingen, ontwerpwerk en drone-inspecties. De benodigde ingreep volgt dus niet uitsluitend uit de toestand van de dijk, maar ook uit de omgeving waarin die moet functioneren.
Eerst beter sturen, dan uitbreiden
Buitenlandse voorbeelden laten zien dat nieuwe capaciteit niet altijd de eerste stap hoeft te zijn. De Duitse rwzi Setterich opereert dicht bij haar hydraulische en biologische capaciteitsgrenzen, terwijl bevolkingsgroei wordt verwacht. Met dynamische procesmodellen onderzocht Sweco verschillende maatregelen. Volgens die analyse kunnen extra sensoren en aangepaste processturing de behandeling van ammoniumpieken verbeteren tegen beperkte investeringen. Het model ondersteunt vervolgens de keuze tussen uitbreiding en afvoer naar een andere zuivering. Het rapport beschrijft daarmee een berekende mogelijkheid; het geeft geen gemeten besparing na uitvoering.
Op Jersey worden afvalwater, oppervlaktewater en getijden gezamenlijk gemodelleerd voor de langetermijnstrategie. Het model helpt risico’s op overstorten te beoordelen en investeringen te plannen. Een mogelijke vermindering van ongezuiverde lozingen naar St Aubin’s Bay met 90 procent is met modellering aangetoond, maar wordt in het Sweco-rapport nadrukkelijk niet als een gerealiseerd resultaat gepresenteerd.
Investeren met ruimte voor aanpassing
Sweco adviseert investeringen te faseren en te koppelen aan beslismomenten, zodat beheerders kunnen reageren op veranderende aanvoer, klimaatrisico’s en regelgeving. Digitale hulpmiddelen kunnen daarbij helpen, mits meetgegevens betrouwbaar zijn en operationele kennis beschikbaar blijft. Meer onderlinge verbinding tussen systemen maakt ook cybersecurity onderdeel van de bedrijfszekerheid.
De beschreven projecten zijn voorbeelden uit Sweco’s eigen adviespraktijk, geen onafhankelijke vergelijking van alternatieven. Ze maken wel concreet welke keuzes achter de investeringsopgave schuilgaan. Voor waterbeheerders draait die niet alleen om hoeveel geld beschikbaar komt, maar ook om wat behouden kan blijven, waar uitbreiding noodzakelijk is en welke ingreep het grootste risico wegneemt.
Bron: Waterforum (waterforum.net)
Lees het volledige artikel (opent in nieuw venster)